|
Het woord “mandala”is afkomstig uit
het Sanskriet, de taal die aan de meeste Indogermaanse talen ten
grondslag ligt, en betekent magische cirkel.
De mandala of cirkel is in vele
tradities een heilig symbool van oneindigheid. De boeddhisten kennen de
cirkel of het wiel als symbool voor geboorte, leven, dood en
wedergeboorte. In India is de cirkel het symbool van oneindigheid,
zonder begin en zonder einde. Bij het christendom vinden we voorbeelden
van mandala’s als roosvensters in kerken en kathedralen. In de natuur
komen veel mandalapatronen voor in onder andere bloemen, vruchten,
schelpen en mineralen.
Roosvenster
Basilica in Assisi
Bij het tekenen van een mandala ga
je uit van een cirkel. Je kunt hierbij denken aan een onderwerp met
een ronde vorm of aan het tekenen van het onderwerp in een getekende
cirkel. Ook kun je denken aan een combinatie van deze twee
mogelijkheden.
Het begin van mandalatekenen is
dan ook meestal het opzetten van een cirkel. Deze cirkel bakent je
ruimte af. Ze sluit de buitenwereld af. Hierdoor kun je al je
aandacht richten op het binnenste van de afgeschermde ruimte.
Tijdens het tekenen kun je de cirkel te allen tijde doorbreken of
zelfs geheel of gedeeltelijk verwijderen.
Er zijn veel mogelijkheden om bij
het tekenen van een mandala vanuit te gaan. Je kunt hierbij denken
aan bloemen, fruit, groente, jaargetijden of culturen. Maar de
mogelijkheden zijn eindeloos.
Naast het
tekenen van mandala’s kun je deze ook borduren,dansen, plakken of
schilderen. In mijn cursussen en workshops bied ik het mandalatekenen
met kleurpotlood aan. Voor mij is het werken met kleurpotlood een
ontspannen en heel betrokken manier van bezig zijn.

Meer over het tekenen van mandala’s en hun
betekenis:
-
“Groot mandala basisboek” van Danka Hüsken
-
“Symboliek van de mandala” van C.G. Jung
-
“Mandala” van J. en M. Argüelles
|